[General] Hoe risicovol is toerskiën?

Is het toerskiën veiliger geworden sinds de jaren ’90, toen Munter zijn methode presenteerde? Als we alleen maar naar het aantal dodelijke lawineongevallen in ‘vrij terrein’ (freies Gelände) kijken niet: het varieert behoorlijk, maar lijkt niet te dalen. Maar als we aannemen dat sinds de jaren ’90 het aantal toerskitochten is toegenomen, dan neemt het aantal doden per toerskitocht wel degelijk af!

Bron grafiek: SLF (lawineslachtoffers in Zwitserland)



"Hoe risicovol is toerskiën?" over die vraag schreef ik een stuk voor de Hoogtelijn van februari 2020: Judith ter Schure (2020) Hoe risicovol is toerskien.pdf.
Dit tijdschrift ploft vandaag op de mat bij NKBV leden en is ook online te lezen (p. 24, 25, 27): de online editie van Hoogtelijn 2020-1.


In deze blogpost vind je links naar het bronmateriaal waarop ik mijn artikel heb gebaseerd.



  • 1%. Dat is het risico dat we overhouden volgens lawinegoeroe Munter, en volgens WePowder. Maar dat is natuurlijk waanzin.
    Munter schrijft op pagina 120 van de 1997 editie van '3x3 Lawinen': Da die Kriterien weitgehend voneinander unabhängig sind, entsteht ein Restrisiko von 0.4 x 0.25 x 0.1 = 0.01 [...] Da die Sicherheit von 99% immer noch ungenügend ist (auf 100 Touren eine Lawinenauslösung), wird sie mit der Reduktionsmethode kombiniert.
    De 0.4, 0.25 en 0.1 komen van een risicoreductiemethode die het risico volgens Munter naar 40% reduceert in het
    "Regeonales Netz", naar 25% in het "Lokales Netz" en nog eens naar 10% in het "Zonales Netz".
    Waar deze cijfers vandaan komen is volstrekt onduidelijk. Vermoedelijk zijn dit subjectieve schattingen van Munter zelf en had hij geen data om deze op te baseren. (Voor iets meer informatie over de drie 'netten' van Munters 3x3, zie deze Duitstalige wikipediapagina over beslisstrategieën in lawinegevaarlijk terrein.)

    WePowder schrijft hierover op pagina 30-31 van Safety Academy Module 01 en op pagina 142-149 van Safety Academy Module 02.

    In de Module 01 haalt WePowder ook deze tabel aan van Bruce Tremper van het Utah Avalanche Center. Dit is een indrukwekkende tabel voor zijn tijd, maar sinds 2016 zijn er betere cijfers beschikbaar, die ik aanhaal in mijn Hoogtelijn artikel. Lees onderaan deze bronnenlijst meer over de micromorts tabel van het Utah Avalanche Center.

  • Tussen 2015 en 2017 liepen jaarlijks gemiddeld 220 autoritten en 190 fietstochtjes dodelijk af. In totaal waren we vaker onderweg per auto dan met de fiets, zo'n 7 miljard autoritten en 4 miljard fietstochtjes. Dat zijn dus zo'n 30 dodelijke ongelukken per miljard autoritten en 40 per miljard fietstochten, oftewel: autorijden en fietsen leveren ons zo'n 0.03 en 0.04 micromorts per rit op.
    Zie voor deze berekening en bronnen deze blogpost.

  • De kans dat een autorit op de Nederlandse weg je fataal wordt, is groter dan de kans dat je de Lotto wint, en die is maar 1 op 40 miljoen.
    Met één lot is de kans dat je de Lotto wint 1 op 49 miljoen volgens
    de berekening van KASSA, en 1 op de 41.5 miljoen volgens Lotto zelf.
  • (Maar bedenk wel dat dan je kans veel groter is om iemand ander dood te rijden!)
    Zie mijn artikel voor De Correspondent, en deze blogpost met cijfers om microkills te berekenen.

  • Het aantal dodelijke lawineongevallen wordt door Alpenlanden als Zwitserland sinds 1936 bijgehouden.
    Zie de langjarige statistieken van het SLF in omslagafbeelding van deze blogpost.

  • Het waren 91 lawine-ongelukken uit de jaren 70, 80 en 90 die Werner Munter op een rij zette. Daaruit destilleerde hij de situaties die een toerskiër beter zou kunnen mijden. Een voorbeeld: de helft van de lawines in de dataset ontstond op een helling steiler dan 39 graden, dus was de aanbeveling: mijd hellingen steiler dan 39 graden en je halveert je risico.Werner Munter (1997) 3x3 Lawinen (Afbeelding 77, pagina 124).
  • Nog steeds is in een groot aantal van de dodelijke autoritten alcohol in het spel: zo'n 12-22 procent volgens een schatting uit 2015, zeg één op de zes ongelukken.
    Zie de factsheet 'Rijden onder invloed van alcohol' van het SWOV (wetenschappelijk instituut verkeersveiligheidsonderzoek).

  • Sinds 2016 is er ook een schatting voor toerskiën beschikbaar. Het Zwitserse lawineonderzoeksinstituut SLF begon een samenwerking met een groot bevolkingsonderzoek (Sport Schweiz) naar het aantal uren dat Zwitsers sporten. [...] Conclusie: toerskiën levert zo'n 9 micromort per toer op.Winkler, K., Fischer, A., & Techel, F. (2016). Avalanche risk in winter backcountry touring: Status and recent trends in Switzerland. In Proceedings of the international snow science workshop (pp. 270-276)
  • Volgens hen is een midweekje toerskiën per jaar even gevaarlijk als een heel jaar in het Zwitserse verkeer rijden (fiets/auto/voetgangers et cetera bij elkaar).
    Zie het Winkler et al (2016) hierboven.

  • Eerste analyses van gps-tracks van skitourenguru.ch en gipfelbuch.ch leveren al een schat aan inzichten op.Schmudlach, G., Winkler, K., & Köhler, J. (2018) Quantitative Risk Reduction Method (QRM) a Data-Driven Avalanche Risk Estimator.
  • Duiken: 5-10 micromort per duik. Parachutespringen: 8 micromort per sprong. Deltavliegen: 8 micromort per vlucht.Zie op Wikipedia een overzicht van micromorts voor verschillende activiteiten grotendeels samengesteld door Prof. David Spiegelhalter die een rol speelt in mijn artikel voor De Correspondent.
  • En de mogelijke toekomst van toerskiën: 2 micromort per toer.Schmudlach et al (2018) hierboven laat zien dat het risico kan dalen naar 20% van het oorspronkelijke niveau in Zwitserland.
  • Dan is een jaar in het Nederlandse verkeer gewoon vergelijkbaar met jaarlijks veertien dagen toerskiën.
    Hoe bereken je dit? We maken op de fiets bijvoorbeeld 365*2 (=730) ritjes van 0.040 micromorts per ritje, dus ons jaarlijks risico is 1-(1-0.04/miljoen)^730 = 29.2/miljoen (29.2 micromorts). Dat kun je dus (bijna) ook zo simpel uitrekenen als 730 x 0.04 = 29.2 micromort.

    Dit werkt voor kleine aantallen micromorts en herhalingen. Voor grote aantallen kan dit echter niet: Het aantal micromorts voor een beklimming van de Mount Everest wordt geschat op 37,932 - een kans van 1 op 26! -, maar er zijn wel degelijk gidsen en dragers die meer dan 26 keer op deze top van de wereld hebben gestaan en nog steeds leven. Net als dat je met zes keer een dobbelsteen gooien geen zekerheid hebt dat je een keer zes hebt gegooid, heb je met 26 beklimmingen van de Everest geen zekerheid dat je dood bent. De kans op een zes bij zes keer gooien bereken je door eerst de kans te nemen dat je zes keer géén zes gooit (1 - ⅙) en dan de kans op géén zes (1 - ⅙) nog vijf keer te vermenigvuldigen met de kans op géén zes (1 - ⅙) voor in totaal zes worpen: (1 - ⅙)*(1 - ⅙)*(1 - ⅙)*(1 - ⅙)*(1 - ⅙)*(1 - ⅙). Daar komt 0.33 uit, wat we vervolgens van 1 aftrekken (1 - 0.33) om de kans te krijgen dat je wél zes gooit, die is dus 0.67.

    De formule hiervoor voor k onafhankelijke keren iets doen met kans p de volgende: 1 - (1 - p)^k. Voor hele kleine kansen, zoals een micromort van 1 op een miljoen, is dit bijna gelijk aan k*p. Zo tellen ook 14 sneeuwtochten van 2 micromort ongeveer op naar 28 micromort 1-(1-2/miljoen)^14 = 28/miljoen (28 micromort).

  • WePowder Module 01: Knowledge is Powder "Want wat blijkt, volg je de filter methode van Werner Munter en kies je daadwerkelijk voor de veilige hellingen, dan is off-pisteskiën en snowboarden een relatief veilige sport en is het risico vergelijkbaar met één uur autorijden per dag."

    Ik ben ervan overtuigd dat de 9 micromorts schatting - uit een veeljarig Zwitserland-breed onderzoek - die ik aanhaal in mijn Hoogtelijn artikel betrouwbaarder is dan de 2 (Oostenrijk) en 4 (Calgary, Canada) micromorts schattingen uit de Utah Avalanche Center tabel hierboven. Ook is autorijden voor de gemiddelde Nederlander een stuk minder gevaarlijk dan in de VS. De samenvatting van WePowder is daarom, denk ik, niet helemaal juist: off-piste skiën en snowboarden zijn veel gevaarlijker dan autorijden.
    De Zwitserse schatting van 9 micromorts kwam voor twee verschillende meerjarige datasets uit de berekening gerold: 9.4 micromort voor winter 1993/1994 tot 2003/2004 en 8.7 micromorts voor winter 2004/2005 tot 2014/2015. De auteurs concluderen daarom ook dat ze geen aanwijzing zien dat toerskiën veiliger is geworden in deze periode: Winkler, K., Fischer, A., & Techel, F. (2016). Avalanche risk in winter backcountry touring: Status and recent trends in Switzerland. In Proceedings of the international snow science workshop (pp. 270-276).
    De twee schattingen uit de tabel van het Utah Avalanche Center zijn vermoedelijk lokaler en voor een kortere periode. De blog geeft geen bronvermelding, maar ik heb mogelijk de oorsprong van deze getallen gevonden. De Oostenrijk schatting zou kunnen komen uit deze publicatie: Corra, S., Conci, A., Conforti, G., Sacco, G., & De Giorgi, F. (2004). Skiing and snowboarding injuries and their impact on the emergency care system in South Tyrol: a restrospective analysis for the winter season 2001-2002. Injury control and safety promotion, 11(4), 281-285. In dat geval is deze gebaseerd op slechts twee jaar tellen in Zuid-Tirol (eigenlijk Italië, maar dichtbij Oostenrijk), waarbij ook wintersporten binnen het skigebied wordt meegenomen. De Canadese schatter komt waarschijnlijk ook maar van twee jaar tellen, waarbij ook geen willekeurige steekproef werd genomen maar gekeken werd naar het aantal trips door bezoekers van een winkel voor bergsportmateriaal, en komt vermoedelijk uit deze publicatie: Sole, A., & Emery, C. (2008). Human risk factors in avalanche incidents. In Proceedings from the International Snow Science Workshop (pp. 498-505).
    Waarschijnlijk zijn deze schattingen dus niet voor een situatie "using normal risk measures", omdat de data destijd nog niet voorhanden was om onderscheid te maken tussen toeren "using normal risk measures" van toeren zonder. Het zijn op z'n best gemiddeldes van allerlei toeren die wel of niet door een risicoreductiemethode gefilterd zijn. De schattingen uit dezelfde tabel van toerskiën zonder risicoreductiemethodes zijn een subjectieve schatting van Munter zonder data (200 micromort) en een schatting op grond van een veel uitgebreider model van expert-info, maar ook weinig data (Jamieson), zie Jamieson, B., Schweizer, J., & Shea, C. (2009). Simple calculations of avalanche risk for backcountry skiing. In Proceedings International Snow Science Workshop Davos.
    Verder vind ik het gegeven risico van "Getting out of bed at age 20" een beetje misleidend: in die leeftijdscategorie zijn in veel landen de twee voornaamste doodsoorzaken suïcide en verkeersongelukken (goed voor de helft van de overledenen tussen 20 en 25 in Nederland), en dat lijkt me geen onderdeel van 'getting out of bed'. Zie voor de Nederlandse cijfers CBS StatLine Overledenen; belangrijke doodsoorzaken (korte lijst), leeftijd, geslacht.
  • Is toerskiën nu veiliger geworden sinds Munter zijn boek publiceerde in de jaren '90?
    Geen idee. Gezien het bijna constante aantal dodelijke ongelukken moeten we dan zien dat het aantal toerskiërs is toegenomen. Verschillende bronnen geven daarvan een wisselend beeld. De Sport Schweiz enquete die Winkler et al (2016) gebruiken laat geen toename zien in toerskitochten onder Zwitsers van de periode winter 1993/1994-2003/2004 naar de periode winter 2004/2005-2014/2015. Bergsportverenigingen, en ook wetenschappers, denken daarentegen dat het aantal skiërs onderweg in 'backcountry terrain' wel is toegenomen, zie bijvoorbeeld de opmerking over "increased reacreational use of the Alps" in dit paper: Techel, F., Jarry, F., Kronthaler, G., Mitterer, S., Nairz, P. Pavsek, M., ... & Darms, G. (2016) Avalanche fatalities in the European Alps: long-term trends and statistics. Georgraphica Helvetica, 71(2), 147-159. Er is alleen geen duidelijke data voor deze claim, die natuurlijk nog wel te rijmen is met het constante aantal Zwitserse toerskiërs door een toename in toerskiërs van andere nationaliteiten of een groter aandeel freeriders.

    Het schijnt zo te zijn dat berghutten een toename in wintersports signaleren, en dat ook de verkoop van toerski's is toegenomen. Zie bijvoorbeeld dit nieuwsbericht vanuit Oostenrijk. Maar beiden kunnen ook worden verklaard door een toename van 'piste-toerskiërs' die toerski's gebruiken om over de piste naar een hut te lopen.

    Harald Swen, veiligheidsspecialist van de NKBV, liet mij een jaar geleden weten er wel van overtuigd te zijn dat het aantal toerskiërs is toegenomen en dat de veiligheid van het toerskiën is verbeterd, hoewel niet per se te zeggen is waardoor dit komt aangezien hij in het zomeralpinisme hetzelfde signaleert.




Voor de gps track revolutie probeerden wetenschappers op andere manieren te schatten hoeveel toerskiërs onderweg waren. Bijvoorbeeld door topboeken en huttenboeken uit te pluizen, door gidsen te vragen om te tellen, of door de toerskiërs zelf te laten opschrijven wat voor toeren ze doen, zoals op het registratiebord hierboven.
Bron: Zweifel et al (2016) Risk of Avalanche Involvement in Winter Backcountry Recreation: De advantage of small groups









Als we alleen maar naar de ongelukken kijken lijkt een mässig (niveau 2) en erheblich (niveau 3) lawinevoorspelling meer ongelukken op te leveren dan een gross (niveau 4) lawinevoorspelling. Maar dat komt natuurlijk omdat er veel minder toerskiërs onderweg zijn bij niveau 4 dan bij 2 en 3.
Bron: Website SLF – langjarige statistieken